Op reis met de camper? Zo gaat u veilig op weg

Een camper is een auto en vakantieverblijf in één. Ideaal om mee op pad te gaan, want met een camper heeft u veel vrijheid. Maar omdat u in de kampeerauto ook elektrische apparaten en gas meeneemt, is het erg belangrijk om stil te staan bij de veiligheid. Zorg ook voor een goede verzekering.

Een camper is een klein huis op wielen. U neemt er al uw belangrijke spullen in mee en dit maakt de camper aantrekkelijk voor dieven. Net als thuis heeft u in een camper ook een elektrische installatie. Als die kortsluiting maakt, kan er brand ontstaan. Een gasinstallatie kan gaan lekken en zo brand veroorzaken. Het is goed om voorbereid te zijn op deze risico’s. Daarmee kunt u veel problemen voorkomen of snel oplossen. Dit kunt u zelf doen om uw veiligheid te vergroten, op de camping en onderweg.

Voor vertrek

  • De meeste campers mag u besturen met een gewoon rijbewijs voor personenauto’s. Daarvoor mag de camper met de lading en meereizende personen niet zwaarder zijn dan 3.500 kilo. Is de camper zwaarder, dan heeft u het rijbewijs C1 nodig en als het gewicht boven de 7.500 kilo komt heeft u het rijbewijs C nodig. U kunt het gewicht van de camper laten wegen bij een keuringsstation van de RDW.
  • Heeft u de camper nog niet zo lang of huurt u er één? Zorg dan dat u went aan het rijden. Stel de spiegels goed af en oefen met alle belangrijke vaardigheden, zoals remmen, bochten nemen, keren en parkeren. Volg zo nodig een speciale training in het rijden met een camper.
  • Zorg dat u weet hoe hoog, hoe breed en hoe lang uw kampeerauto is. Die afmetingen kunt u nodig hebben als u over een smalle weg moet rijden of onder een lage brug door moet rijden. Ook op sommige parkeerterreinen en in parkeergarages met een lage doorgang kunt u niet met de camper terecht.
  • Verdeel de bagage gelijkmatig over de camper in afgesloten kastjes. Zware spullen kunt u het beste opbergen in de buurt van de assen en zo nodig vastzetten met spanbanden. Neem liever geen glas en aardewerk mee. Zorg dat u geen overbodige spullen meeneemt, zoals een grote voorraad eten en drinken.
  • Neem een blusdeken en een goedgekeurde schuimblusser mee. Zorg ook voor een rookmelder met een batterij die tien jaar meegaat.
  • Controleer voor vertrek de bandenspanning, vloeistoffen en verlichting. Laat de camper zo nodig een onderhoudsbeurt geven bij de garage.

Veilig met de gasinstallatie

Heeft uw camper een gasinstallatie? Dan is het belangrijk dat u daar veilig mee omgaat, anders kan er brand ontstaan. Houd u aan deze richtlijnen.
  • Bewaar gasflessen rechtop en vastgebonden in een speciale kast, de gasbun. De flessen mogen elkaar niet raken. Zorg dat de ventilatieopening van deze ruimte vrij is.
  • Moet u een gasfles verwisselen? Sluit dan eerst de toestelkranen. Openen uw gasfles met de hand, niet met gereedschap.
  • Gebruik de gasinstallatie alleen tijdens het rijden als die daarvoor geschikt is. De installatie kan dan in het geval van een aanrijding de gastoevoer automatisch sluiten. Is de installatie niet geschikt voor gebruik tijdens het rijden, draai dan voor vertrek de gaskraan dicht.
  • Laat de gasinstallatie elke twee jaar keuren.

Onderweg

  • Rijd rustig en houd genoeg afstand. Uw remweg is langer dan met een personenauto, omdat een camper zwaarder is.
  • Maakt u een tussenstop? Denk er dan aan dat u de camper op een veilige plek parkeert, want dieven weten dat in campers vaak waardevolle spullen liggen. Neem de belangrijkste spullen met u mee, zoals uw paspoort, geld en pasjes. Andere waardevolle spullen kunt u het beste opbergen in een kluis in de camper.
  • Sluit ramen en deuren goed af als u de camper parkeert. Voor de zijdeur van het leefgedeelte kunt u een opzetslot gebruiken. Ook voor de cabinedeuren bestaan extra sloten. Inbrekers komen vaak binnen door een raam in te tikken en daarna van binnenuit de cabinedeur open te maken. Met een extra slot lukt dat niet.

Op de camping

  • Als u in de camper slaapt, is het fijn om een raampje open te hebben. Zorg dan wel dat het raam niet makkelijk van buitenaf kan worden geforceerd. Hiervoor zijn speciale beugels te koop, die u over de grendels kunt schuiven.
  • Gebruik ook op de camping extra sloten voor de zijdeur en de cabinedeuren.
  • Gebruik geen opgerolde kabelhaspel onder de camper. Daarmee kan makkelijk kortsluiting ontstaan.
  • Wordt er onweer verwacht? Koppel dan de elektriciteitskabel los en berg hem op in de camper. Koppel ook de antennekabel los. Laat de satellietschotel zakken en draai de luifel in. Houd ramen, deuren en dakluiken gesloten.

Verzekering

Als u op pad gaat met de camper heeft u een camperverzekering en een reisverzekering nodig. Voor de camper is een WA-verzekering verplicht. U bent daarmee verzekerd tegen de schade die u aan een ander toebrengt. Wilt u ook schade aan uw camper verzekeren, dan heeft u ook een verzekering van beperkt casco of volledige casco nodig. U bent dan ook verzekerd tegen inbraak, diefstal en vandalisme. Het heeft voordelen om de camperverzekering en reisverzekering bij dezelfde verzekeraar af te sluiten. Als er problemen zijn, hoeft u dan maar één verzekeraar te bellen. De afhandeling kan daardoor sneller gaan.