De 9 meest gestelde vragen over lijfrentes

Heeft u geld opzij gezet voor uw pensioen, bijvoorbeeld met banksparen of een lijfrenteverzekering? Dan moet u hiervan bijna altijd een lijfrente kopen. Deze vragen en antwoorden helpen u daarbij.

1. Wat is een lijfrente?

Een lijfrente is een pensioenuitkering die u zelf afsluit bij een bank of verzekeraar. De meeste mensen gebruiken een lijfrente als aanvulling op hun AOW en het pensioen dat ze bij een werkgever hebben opgebouwd. Het geld  dat u hiervoor nodig heeft, kunt u bij elkaar krijgen door te sparen (banksparen) of door een verzekering af te sluiten (lijfrenteverzekering).

2. Wat is het verschil tussen banksparen en een lijfrenteverzekering?

Banksparen is sparen of beleggen op een geblokkeerde rekening. U kunt dus niet bij uw geld, maar het blijft wel van u. Als u zou overlijden, dan gaat het geld naar uw nabestaanden. Bij een lijfrenteverzekering kunt u ook niet bij uw geld, zelfs niet bij overlijden. Vaak kunt u wel vooraf kiezen voor het meeverzekeren van een uitkering voor uw partner. Daar betaalt u extra premie voor. Op de einddatum maakt het geen verschil of u het bedrag bij een bank of bij een verzekeraar heeft opgebouwd. In beide gevallen mag u zelf weten bij welke aanbieder u een lijfrente gaat aanschaffen. Als u begint met banksparen of een lijfrenteverzekering afsluit, moet u hiervoor vaak afsluitkosten betalen. Als u zich laat adviseren, betaalt u ook advieskosten. Deze kosten verschillen per aanbieder.

3. Aan welke fiscale regels moet ik voldoen?

Het bedrag dat u opzij zet voor banksparen of een lijfrenteverzekering, mag u in sommige gevallen aftrekken op uw aangifte de inkomstenbelasting. Over het tegoed betaalt u dan ook geen belasting in box 3 voor sparen en beleggen. Hoeveel geld u opzij mag zetten met dit belastingvoordeel, hangt af van uw pensioentekort. U kunt dit bedrag uitrekenen op de website van de Belastingdienst.

4. Moet ik op de einddatum direct iets doen?

Nee. Als het tegoed vrijkomt, heeft u tot 31 december van het jaar daarna de tijd om te beslissen wat u gaat doen. U mag kiezen tussen een lijfrente kopen of het bedrag opnieuw vastzetten voor een bepaalde tijd. Het is wel belangrijk om op tijd te beslissen. Doet u dat niet, dan denkt de Belastingdienst dat u het hele bedrag in één keer opneemt. Dat heet afkopen. Het gevolg is dat u in één keer inkomstenbelasting moet betalen over het hele bedrag. Soms betaalt u ook een boete, omdat u zich niet aan de belastingregels hebt gehouden. Let daarom goed op voor welke datum u een beslissing moet nemen. Vraag hulp aan een financieel adviseur als u niet weet wat u moet doen.

5. Wat kan ik doen als ik het geld nog niet nodig heb?

U mag de lijfrente-uitkering uitstellen tot maximaal vijf jaar nadat u voor het eerst AOW heeft ontvangen. Dus als u met 66 jaar en 3 maanden AOW kreeg, kunt u de lijfrente-uitkering uitstellen totdat u maximaal 71 jaar en 3 maanden bent. De eenvoudigste oplossing is verlenging van uw lijfrenteverzekering. U laat het geld gewoon waar het nu is.

6. Welke verschillen zijn er tussen lijfrentes?

U kunt kiezen tussen een tijdelijke en een levenslange lijfrente-uitkering. Een tijdelijke uitkering is een goede keuze als u de eerste jaren hoge lasten heeft en daarna niet meer. Een tijdelijke uitkering moet minstens vijf jaar duren. Ook mogen tijdelijke lijfrente-uitkeringen bij elkaar nooit meer zijn dan 21.741 euro (2019) per jaar. Bij een levenslange lijfrente-uitkering geldt geen maximum bedrag per jaar. Hetzelfde geldt voor een lijfrente-uitkering die 20 jaar of langer duurt. Sinds 2014 mag een tijdelijke lijfrente-uitkering pas ingaan als u AOW krijgt. Het tegoed dat u vóór 2014 heeft opgebouwd, mag u wel gebruiken voor een tijdelijke lijfrente-uitkering die eerder ingaat.

7. Waar breng ik mijn tegoed onder?

U bent zelf vrij om een bank of verzekeraar te kiezen die de lijfrentes gaat uitkeren. Dat hoeft niet dezelfde bank of verzekeraar te zijn waar u het tegoed heeft opgebouwd. Dus als u weet of u een tijdelijke of een levenslange lijfrente wilt, kunt u aanbieders gaan vergelijken.

8. Kies ik een bank of verzekeraar?

Als een bank uw lijfrente uitkeert, spreekt u van tevoren de uitkeringsperiode af, bijvoorbeeld 20 jaar. Daarna stopt de uitkering. Bij een verzekeraar kunt u kiezen voor een levenslange uitkering. Dan gaat de lijfrente-uitkering door totdat u overlijdt, ook als het geld ‘op’ is. Een ander verschil is wat er gebeurt bij overlijden. Als een bank uw lijfrente uitkeert en u overlijdt terwijl de uitkering nog loopt, gaat het resterende geld naar uw nabestaanden. Als een verzekeraar uw lijfrente uitkeert en u overlijdt, stopt de uitkering. Wel kunt u bij het afsluiten van lijfrente-uitkering een overlijdensrisicoverzekering afsluiten. Dan is er voor bijvoorbeeld uw partner wel een uitkering.

9. Mag ik mijn lijfrente-uitkering aan een ander schenken?

Dat kan alleen met lijfrenteverzekeringen die u afgesloten heeft vóór 1 januari 1992. Bij lijfrentes die na die periode zijn afgesloten kan dat niet.