Dit betekent Prinsjesdag 2020 voor uw portemonnee

Ieder jaar op Prinsjesdag presenteert het kabinet de plannen voor het volgend jaar. Die plannen hebben gevolgen voor uw AOW, voor de belasting die u moet betalen en voor de zorgtoeslag die u krijgt. We zetten de belangrijkste gevolgen op een rij.

Koopkracht een beetje omhoog

Ondanks de economische crisis heeft de overheid berekend dat we er volgend jaar gemiddeld genomen een klein beetje op vooruit gaan: 0,8 procent. Er zijn wel verschillen per bevolkingsgroep. Werkenden gaan er meer op vooruit (+1,2 procent) dan gepensioneerden (+0,4 procent).

Spaarbelasting omlaag

Nu hoeft u over ruim 30.000 euro van uw spaargeld en beleggingen geen belasting te betalen. Deze vrijstelling gaat naar 50.000 euro voor alleenstaanden en 100.000 euro voor fiscale partners.

Zorgverzekering 62 euro duurder

De overheid rekent erop dat de premie van de zorgverzekering stijgt met ongeveer 62 euro per jaar, ruim 5 euro per maand. Dat valt mee, want in eerdere berichten werd nog een stijging van 144 euro genoemd. Het eigen risico blijft volgend jaar 385 euro, net als in 2020.

Zorgtoeslag iets omhoog

De zorgtoeslag stijgt mee met de kosten van het basispakket van de zorgverzekering. De maximale zorgtoeslag stijgt met 44 euro voor alleenstaanden en 99 euro voor gezinnen.

Loonbelasting iets omlaag

De loonbelasting voor inkomens tot ruim 68.000 euro gaat iets omlaag. Daar heeft iedereen voordeel van. De arbeidskorting gaat ook iets omhoog. Als u werkt gaat deze korting van uw belasting af, zodat u netto iets meer overhoudt.

Belastingschijven in 2021

Jonger dan de AOW-leeftijd
Schijf 1 een tarief van 37,10% voor inkomens tot en met € 68.507
Schijf 2 een tarief van 49,50% voor inkomens boven € 68.507
AOW-gerechtigden
Schijf 1 een tarief van 19,20% voor inkomens van ongeveer € 35.000
Schijf 2 een tarief van 37,10% voor inkomens tot en met € 68.507
Schijf 3 een tarief van 49,50% voor inkomens boven € 68.507

Overdrachtsbelasting voor een deel afgeschaft

Als u in 2020 een huis koopt, betaalt u 2 procent overdrachtsbelasting. Voor starters die jonger zijn dan 35 jaar en in 2021 hun eerste huis kopen, wordt deze belasting afgeschaft. De overheid doet dat om de kansen voor starters op de huizenmarkt te vergroten. Als u een tweede huis gaat kopen, gaat u in 2021 juist meer betalen. Nu is de overdrachtsbelasting bij de aankoop van een tweede huis nog 2 procent, in 2021 gaat die omhoog naar 8 procent. Dat betaalt u ook als u een huis voor uw kind koopt. De overheid wil op die manier beleggen in woonhuizen minder aantrekkelijk maken. Starters die een huis van 300.000 euro kopen, zijn met deze maatregel 6.000 euro voordeliger uit. Beleggers betalen voor hetzelfde huis straks 18.000 euro extra.

Minder hypotheekrenteaftrek

De komende jaren wordt het maximale belastingpercentage voor de hypotheekrenteaftrek verlaagd. In 2021 kunt u hypotheekrente nog maar tegen een percentage van maximaal 43 procent aftrekken, ook als u over de top van uw inkomen 49,5 procent inkomstenbelasting betaalt.

Persoonlijker en transparanter pensioen

Pensioen wordt persoonlijker en transparanter. Vorig jaar werd een nieuw pensioenakkoord gesloten, dat in 2021 moet leiden tot een nieuwe pensioenwet. Dit zijn de belangrijkste punten voor AOW en het aanvullende pensioen.

AOW

De AOW-leeftijd gaat minder snel stijgen dan vóór het pensioenakkoord de bedoeling was.
Jaar De AOW-leeftijd was De AOW-leeftijd wordt
2020 66 jaar en 8 maanden     66 jaar en 4 maanden
2021 67 jaar                              66 jaar en 4 maanden
2022 67 jaar en 3 maanden     66 jaar en 7 maanden
2023 67 jaar en 3 maanden     66 jaar en 10 maanden
2024 67 jaar en 3 maanden     67 jaar
Vanaf 2025 zou de AOW-leeftijd gekoppeld worden aan de gemiddelde levensverwachting. Ieder jaar dat we gemiddeld langer leven, zou de AOW ook één jaar opschuiven. Dat wordt nu acht maanden per jaar dat we langer leven. Vooral 60-plussers profiteren van deze aanpassingen. De hoogte van de AOW-bedragen wordt twee keer per jaar aangepast.

Aanvullend pensioen

Werknemers betalen pensioenpremie voor een aanvullend pensioen via de werkgever. Dat geld gaat nu in een grote pensioenpot, die het pensioenfonds beheert. Het pensioenfonds belooft dat u daar als gepensioneerde een bepaald bedrag aan pensioen voor terugkrijgt. Deze harde toezegging is met de huidige rekenregels lastig waar te maken. Daarom wordt het pensioenstelsel voortaan persoonlijker. U stort straks geld in uw eigen pensioenpot, die het pensioenfonds voor u beheert. Het resultaat daarvan bepaalt hoeveel pensioen u straks krijgt. Daar zitten risico’s aan vast, want pensioenen gaan meebewegen met de economie. Zit het mee, dan krijgt u iets meer. Zit het tegen, dan krijgt u minder. Het blijft wel de bedoeling de risico's zoveel mogelijk te beperken en te verdelen over (groepen) deelnemers. Zo komt er een solidariteitsfonds van 10 procent van het belegde vermogen om de grootste klappen op te vangen.

Meer weten?

Wilt u meer weten over de kabinetsplannen voor 2021 en de gevolgen voor uw portemonnee. Kijk dan op de speciale pagina over Prinsjesdag van de Rabobank.