Een nieuwe relatie en de AOW

Een nieuwe relatie kan gevolgen hebben voor uw AOW, ook als u niet direct gaat samenwonen. Wanneer houdt u recht op AOW voor alleenstaanden en wanneer krijgt u het bedrag voor gehuwden?

Het AOW-pensioen van een alleenstaande is 70 procent van het nettominimumloon. Dit is een vast bedrag dat werknemers minimaal verdienen. Als u samenwoont of getrouwd bent, ontvangt u maar 50 procent van het nettominimumloon. Heeft uw partner ook de AOW-gerechtigde leeftijd? Dan ontvangt hij of zij hetzelfde bedrag. Is uw partner jonger en bent u voor 2015 getrouwd of gaan samenwonen, dan heeft u misschien nog recht op de partnertoeslag.

Latrelatie

Tot zover is het duidelijk. Lastiger wordt het als u soms bij elkaar woont en soms niet. In dat geval heeft u een latrelatie (living apart together). De Sociale Verzekeringsbank (SVB), die de AOW uitkeert, ziet dat soms ook als samenwonen.

Voor de SVB is het van belang of u een gezamenlijke huishouding heeft. Er is een gezamenlijke huishouding als u allebei uw hoofdverblijf op hetzelfde adres heeft. Ook voor elkaar zorgen in het huishouden of de kosten delen kan wijzen op een gezamenlijke huishouding.

Als u zo vaak bij uw partner bent dat zijn of haar woning uw hoofdverblijf is geworden, dan verlaagt de SVB uw AOW. In de praktijk groeit een latrelatie vaak ongemerkt uit tot een woonvorm die de SVB ‘samenwonen’ noemt. Zo kunt u dus een lagere AOW krijgen, hoewel u allebei een eigen woning heeft.

Tweewoningenregeling

Heeft u allebei een eigen huis en bent u niet getrouwd? Dan kunt u misschien gebruikmaken van de tweewoningenregeling. Als u aan de voorwaarden voor deze regeling voldoet, dan kunt u uw hogere AOW-pensioen voor alleenstaanden houden. Uw AOW-pensioen is dan niet 50%, maar 70% van het minimumloon.

De tweewoningregel geldt voor u als u aan de volgende voorwaarden voldoet:
  • u bent ongehuwd, én
  • u heeft allebei een eigen huur- of koopwoning, én
  • u staat allebei bij de gemeente ingeschreven op het eigen adres, én
  • u betaalt de volledige kosten en lasten voor uw eigen woning, én
  • u kunt vrij over uw eigen woning beschikken. Verhuren of onderverhuren mag dus niet. Ook mogen er geen volwassen kinderen of andere mensen wonen. Alleen een minderjarig kind is toegestaan.
Verder moet de woning gewoon te gebruiken zijn. Water, elektriciteit en verwarming mogen dus niet zijn afgesloten.

Deze regel geldt ook als uw vriend of vriendin nog geen AOW-pensioen ontvangt. In dat geval kunt u ook de AOW voor alleenstaanden blijven ontvangen.

En uw pensioen?

Een aanvullend ouderdomspensioen van een pensioenfonds blijft bijna altijd gelijk, of u nu alleen woont of samen. Toch is het verstandig om bij het pensioenfonds te informeren of er gevolgen zijn als u wilt gaan samenwonen, want in een enkel geval geldt een uitzondering. Zoals bij ABP-pensioen dat is opgebouwd voor 1995.

Gaat u samenwonen na de pensioendatum, dan levert dat meestal geen nieuwe rechten op. Zo heeft een nieuwe partner geen recht op partnerpensioen als de ander zou overlijden.

Voor een lijfrente-uitkering van een bank of verzekeraar heeft een nieuwe relatie geen gevolgen.