Hoe bereken ik mijn pensioengat?

Hoeveel pensioen ontvang ik straks eigenlijk? En is het genoeg? In minder dan een half uur zet u het zelf op een rijtje.

Stap 1: AOW en …?

U ontvangt meestal een AOW-uitkering van de overheid.  Daarnaast ontvangt u mogelijk een pensioen van het pensioenfonds van uw werkgever. De hoogte hangt onder andere samen met uw loon en het aantal dienstjaren. Niet alle werkgevers hebben een pensioenregeling.

Op de website mijnpensioenoverzicht.nl rekent u eenvoudig uit hoeveel AOW en pensioen u straks ontvangt. Meteen na het inloggen met uw DigiD ziet u een overzicht van één of meer pensioenfondsen waarvan u deelnemer bent. In dit rijtje staat ook de Sociale Verzekeringsbank (SVB), die de AOW-uitkering uitbetaalt. Alle pensioenfondsen waar u ooit pensioengeld heeft gespaard staan op een rij. Mist er een, neem dan contact op met dat fonds, zodat zij dit kunnen aanpassen.

De website toont het bedrag dat u vanaf een bepaalde leeftijd kunt ontvangen.

Na het beantwoorden van vragen over uw burgerlijke staat, een eventuele echtscheiding en of u de afgelopen twee jaar van werkgever bent veranderd, laat de website het bedrag zien waarop u recht heeft vanaf uw pensioenleeftijd. Dit zijn brutobedragen per jaar, dus er gaat nog inkomstenbelasting vanaf. Het overzicht is helaas niet altijd actueel, het kan een jaartje achterlopen. Bijvoorbeeld omdat het pensioenfonds het laatste nieuwe overzicht nog niet heeft doorgegeven.

Stap 2: ontbrekende pensioenbedragen

Belangrijk is dat u de pensioenoverzichten, die u in het verleden bij verschillende banen heeft ontvangen, altijd bewaart. Zo kunt u altijd zelf achterhalen waar u pensioen heeft opgebouwd. Misschien heeft u in het verleden, bij wijziging van werkgever, waardeoverdracht naar een pensioenfonds gedaan. De meeste pensioenfondsen werken, gedurende een bepaalde periode, mee aan waardeoverdracht van uw opgebouwde pensioenrecht naar uw huidige pensioenfonds. Maar niet altijd zijn deze waardeoverdrachten zichtbaar op mijnpensioenoverzicht.nl.

Per 1 januari 2019 gelden er andere regels van kracht voor kleine pensioenen. Tot die datum mochten pensioenfondsen kleine pensioenen nog afkopen. Een klein pensioen is minder dan 484,09 bruto per jaar (bedrag 2019). Afkopen betekent dat u een bedrag in één keer op uw rekening krijgt. Nu mag dat niet meer. Pensioenen die hoger zijn dan 2 euro bruto per jaar moeten bewaard blijven voor later. Het pensioenfonds of de verzekeraar moet dit bedrag voor u bewaren of samenvoegen met andere kleine pensioenen. Als u inmiddels pensioen opbouwt bij een andere pensioenuitvoerder, dan kunt u het kleine pensioen ook daar onderbrengen.

Twijfelt u eraan of de getoonde gegevens juist zijn, neem dan contact op met uw vroegere én uw huidige pensioenfonds. Zij kunnen ‘terugbladeren’ naar pensioenen bij vorige werkgevers. U vindt de contactpersonen op mijnpensioenoverzicht.nl als u klikt op de naam van het pensioenfonds. Vragen?
 U kunt uw vraag via e-mail sturen naar info@stichtingpensioenregister.nl

Stap 3: wanneer krijgt u AOW en pensioen?

Dit hangt af van uw geboortedatum. In 2019 is de AOW-leeftijd op 66 + 4 maanden gesteld. Latere generaties moeten vaak doorwerken tot 67 jaar. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd – naar verwachting – helemaal gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting. Grote kans dus dat uw kleinkinderen moeten doorwerken tot 70 jaar.

Op de website van de SVB kunt u uw AOW-leeftijd berekenen. De AOW-­datum staat los van de uitkering bij het pensioenfonds. Informeer bij het pensioenfonds vanaf welk moment uw uitkering ingaat. Kijk hierbij ook naar eventuele pre-pensioenen. Hierbij maakt u aanspraak op pensioen voor uw pensioenleeftijd.

Vergeet ten slotte de uitkeringen van lijfrentepolissen niet. Deze kunt u gebruiken als aanvulling op uw pensioeninkomen. 

Stap 4: tel uw spaargeld

Zet op een rijtje hoeveel geld er op uw spaarrekening staat en hoeveel u eventueel op de beurs heeft belegd.

Bezit u een huis? Ga na wanneer de hypotheek is afgelost en schat in wat de waarde van de woning tegen die tijd is. Tel dit alles op en u heeft een overzicht van uw vermogen als gepensioneerde.

Stap 5: hoelang met pensioen?

Toen de AOW in 1957 werd ingevoerd, ging men uit van een gemiddelde levensverwachting van 70 jaar. Tegenwoordig worden we stukken ouder. Mannen halen gemiddeld de 79 jaar, vrouwen zelfs bijna de 83 jaar. Hogeropgeleiden leven gemiddeld drie jaar langer. De meeste mensen gaan dus vijftien tot twintig jaar met pensioen. Maak een realistische inschatting van de periode waarover uw pensioengeld verwacht uit te smeren. De AOW ontvangt u levenslang. Dit geldt meestal ook voor het pensioen van een pensioenfonds.

Stap 6: hoeveel pensioen heeft u nodig?

Neem voor de zekerheid het bedrag dat u nu maandelijks uitgeeft. Trek daar de volgende twee posten van af: de eventuele hypotheeklasten als uw hypotheek op pensioendatum is afgelost en de pensioenpremies. Reken uzelf niet rijk. Gepensioneerden betalen weliswaar over de eerste 34.000 euro inkomen een lager tarief voor de inkomstenbelasting, maar misschien doet een toekomstige verhoging van de vermogensbelasting dat voordeel teniet. Of u krijgt te maken met stijgende zorgkosten. 

Stap 7: pensioengat?

U weet nu ongeveer hoeveel geld u maandelijks wilt uitgeven vanaf uw pensioenleeftijd. Zet ook op een rij wat er per maand binnenkomt: uw AOW, aanvullende pensioenen en eventuele lijfrente(s). Komt u maandelijks tekort: dan heeft u een pensioengat.

Stap 8: pensioengat dichten? Sparen

Vervolgens rekent u uit hoe u door zelf te sparen het pensioengat kunt dichten. Wilt u weten wat u in uw situatie opzij moet leggen? Maak dan een afspraak met een adviseur. Onder voorwaarden mag u namelijk elk jaar fiscaal aantrekkelijk bijsparen voor uw pensioen.