Zuiniger autorijden, zo doe u dat

Als u een auto heeft die op benzine, diesel of LPG rijdt, dan kunt u veel geld besparen met een zuinigere rijstijl. Het is even wennen, maar als u uw rijgedrag op een aantal punten aanpast, kunt u tot tien procent brandstof besparen. Dat is goed voor uw portemonnee en voor het milieu. In dit artikel leest u de belangrijkste tips.

Schakel op tijd

Als u op tijd schakelt, rijdt u zuiniger. Houd hiervoor tussen de 2.000 en 2.500 toeren aan. In een auto zonder toerenteller kunt u ook naar de snelheid kijken. U kunt dan het beste schakelen bij 5, 25, 50 en 80 kilometer per uur. Bij 50 kilometer per uur is de vierde versnelling dus het zuinigst. Vanaf 80 kilometer per uur rijdt u het zuinigst in de vijfde versnelling.

Rijd met constante snelheid

Afremmen en optrekken kost veel brandstof. Probeer daarom zo gelijkmatig mogelijk te rijden. Kijk ver vooruit. Als u ziet dat u snelheid moet minderen of moet stoppen voor een verkeerslicht, laat dan op tijd het gas los. Het meeste bespaart u als u de auto laat uitrollen in de versnelling waarin hij op dat moment staat. Uitrollen in de vrij-stand kost brandstof. Heeft uw auto cruisecontrol? Gebruik deze dan altijd. De snelheid blijft dan gelijk en dat bespaart tot vijf procent brandstof.

Rijd maximaal 100 kilometer per uur

Rustig rijden op de snelweg is beter voor uw portemonnee. Rijd daarom zoveel mogelijk 100 kilometer per uur. Bij een snelheid van 130 kilometer per uur heeft een auto gemiddeld 8,7 liter brandstof nodig voor 100 kilometer. Bij 100 kilometer per uur is dat 7,5 liter, dat is 14 procent minder. Het zuinigst is de auto bij een snelheid van 70 tot 90 kilometer per uur. Dan verbruikt hij maar 7,2 liter voor 100 kilometer. In de stad verbruikt de auto door al het remmen en optrekken de meeste brandstof, 9,2 liter voor 100 kilometer.

Zet de motor uit als u stilstaat

Zet de motor uit als u ergens moet wachten, ook bij een korte stop. Bij een open brug, een gesloten spoorwegovergang of in een lange rij bij een verkeerslicht wacht u dus met de motor uit.

Pomp de banden op

Met de juiste bandenspanning rijdt u zuiniger en veiliger. Autobanden lopen langzaam leeg en daarom moet er regelmatig een beetje lucht bij. Controleer elke twee maanden de bandenspanning en pomp de banden zo nodig op.

Gebruik de airco met mate

De airconditioning aanzetten kan het brandstofverbruik met vijf tot twintig procent verhogen. Als u de airco alleen gebruikt als het echt nodig is, bespaart u dus veel geld. Zet de airco pas enkele minuten na het starten aan. Tijdens korte ritten kunt u deze het beste helemaal uit laten. Op warme dagen kunt u een paar minuten met open ramen rijden om de ergste warmte kwijt te raken. Sluit daarna de ramen en zet de airco aan. Gebruik de airco niet op vol vermogen, dus zet de temperatuur niet te laag en zet de ventilator niet te hoog. Het is wel goed om de airco minstens één keer per maand te gebruiken. Daarmee voorkomt u lekkage van het koelmiddel.

Gebruik de hulpmiddelen van uw auto

Veel auto's hebben systemen die u kunnen helpen om zuiniger te rijden. Gebruik deze hulpmiddelen zoveel mogelijk. Dit zijn een paar voorbeelden.

  • Een schakelindicator geeft aan wat het juiste moment is om naar een hogere versnelling te schakelen.
  • Met de cruisecontrol kunt u uw snelheid gelijk houden als u uw voet van het gaspedaal haalt.
  • De eco-modus zorgt ervoor dat de airco en de verwarming zo zuinig mogelijk werken.
  • Een start-stopsysteem zorgt ervoor dat de motor automatisch uitgaat als uw auto stilstaat. Als u de koppeling intrapt of de rem loslaat, start de motor automatisch weer.
  • Met de navigatie in de auto kunt u uw rit vooraf plannen. Dat scheelt verkeerd rijden. Kies altijd voor de zuinigste route.

Gebruik de motor niet om uw ruiten te ontdooien

Het heeft geen zin om in de winter de motor stationair te laten lopen om de ruiten te ontdooien en de auto op te warmen. Een stationair draaiende motor warmt de auto niet op, dat gebeurt pas als de auto gaat rijden. Bovendien is stationair draaien in de kou slecht voor de motor en het milieu. IJs verwijdert u van de ruiten door te krabben. Wilt u dat niet, gebruik dan een beschermende ijsdeken of folie op de voorruit.

Gebruik in een automaat een zuinige stand

Heeft u een automaat? Rijd dan altijd in de eco-, winter- of de normaalstand. In deze stand wordt zo vroeg mogelijk geschakeld naar een hogere versnelling. Gebruik de sportstand zo weinig mogelijk. Laat het gaspedaal even iets opkomen als u op snelheid bent. De automaat schakelt dan direct naar een hogere versnelling.

Test uw rijstijl

Voorlichtingsorganisatie MilieuCentraal heeft een test gemaakt, waarmee u binnen enkele minuten weet u hoe zuinig u rijdt. Aan het eind geeft de test tips om de rijstijl te verbeteren.