Daarom is het zo moeilijk om iets aan overgewicht te doen

Hoe ouder u wordt, hoe lastiger het wordt om een gezond gewicht te houden. Kilo’s die er langzaam bijkomen, gaan er moeilijk af. Maar als u de oorzaak van de extra kilo’s kent, kunt u wel proberen om erger te voorkomen.

Dat overgewicht te maken heeft met te veel eten en te weinig bewegen weet iedereen. Maar als u ouder wordt gaan er ook andere dingen meespelen.

1. Hormonen

Hormonen beschermen tegen dik worden. Als u ouder wordt, maakt het lichaam minder hormonen aan. Bij vrouwen gebeurt dat tijdens de overgang erg drastisch, waardoor ze in korte tijd soms veel aankomen. Bij mannen gaat het ongemerkt. Mannen verzamelen vaak meer schadelijk buikvet dan vrouwen, die ook reserves aanleggen op heupen en bovenbenen. Ook kan de schildklier minder goed gaan werken na de overgang, waardoor de stofwisseling langzamer gaat. Daardoor kunt u aankomen.

2. Medicijnen

Gebruikt u medicijnen, dan kunnen ook die ervoor zorgen dat u aankomt. Antidepressiva, antipsychotica, HIV-remmers en corticosteroïden bijvoorbeeld kunnen invloed hebben op de suikerhuishouding in uw lichaam, uw eetlust of de opslag van vet. Gebruikt u zulke medicijnen, dan is het lastig om op gewicht te blijven. Soms kunt u in overleg met uw arts een ander middel vinden, dat dit nadeel niet heeft. Ook een diëtist of beweegcoach kan helpen om te voorkomen dat u veel aankomt.

3. Erfelijke aanleg

Sommige mensen hebben meer aanleg om dik te worden dan anderen. Dat heeft met uw genen te maken. Wetenschappers hebben tientallen genen gevonden die bijdragen aan de kans om overgewicht te krijgen. Er zijn bijvoorbeeld genen voor een voorkeur voor zoet eten, voor een zuinig afgestelde energiehuishouding en genen voor extra vetcellen. Hoe meer van die genen, hoe lastiger het voor u is om op gewicht te blijven.

4. Afnemende spieren

Als u ouder wordt, neemt uw spiermassa af. Maar juist de spieren beschermen goed tegen overgewicht. U kunt zelf de afname van spiermassa beïnvloeden. Eet genoeg eiwitten en doe aan krachttraining. Volgens de Nederlandse Norm Gezond Bewegen moeten ouderen minstens twee keer per week aan krachttraining doen. Dat is niet alleen goed tegen overgewicht, maar ook tegen botontkalking.

5. Te veel bloedsuikers

Gaat u minder op pad en beweegt u minder dan vroeger? Dan nemen uw spieren minder goed suikers uit het bloed op. Dat heet insulineresistentie. Daardoor kan het suikergehalte in uw bloed te hoog worden. Dat kan ervoor zorgen dat u meer gaat eten dan u nodig heeft, wat de suikerhuishouding nog meer verstoort. Die negatieve spiraal kunt u alleen doorbreken door meer te bewegen, liefst onder begeleiding. Wandelen is ook een goede manier om meer te bewegen.

6. Slaapproblemen

Als u ouder wordt, slaapt u lichter en minder lang. Ook dat vergroot de kans op overgewicht. Mensen die te kort slapen hebben, gaan vaak meer eten, vooral zoete dingen. Bovendien zorgt moeheid er vaak voor dat u geen zin heeft om te sporten. Pak slaapproblemen daarom zo snel mogelijk aan.

Wanneer naar de huisarts?

Als u in korte tijd veel aankomt zonder duidelijke aanleiding, is het verstandig om naar de huisarts te gaan. Ook als u wilt proberen van uw overgewicht af te komen, is de huisarts het eerste aanspreekpunt. De huisarts kan onderzoeken wat de oorzaak is van uw overgewicht en u verwijzen naar de juiste hulp, of u inschrijven voor een leefstijlprogramma. Daarbij leert u onder begeleiding gezond te eten en meer te bewegen. Vaak geeft uw zorgverzekering hier een vergoeding voor.