De staatssecretaris: "We gaan mantelzorg nooit verplichten."

Staatssecretaris Van Rijn beantwoordt vragen van bezorgde mantelzorgers.*

"Ik heb mijn vader en mijn schoonmoeder verzorgd en de afgelopen vier jaar zijn mijn vrouw en ik fulltime mantelzorger voor mijn moeder. We doen het graag, maar we zijn al in geen jaren op vakantie geweest. Ik hoop dat u begrijpt dat er aan mantelzorg grenzen zitten.”

Van Rijn: “Meneer Noordermeer maakt zich zorgen en ik begrijp dat heel goed. Het lijkt alsof we eerst de mantelzorger inzetten, totdat die opgebrand raakt en ziek wordt, en dan pas professionele zorg inschakelen. Maar dat is niet de bedoeling. Mijn idee is: maak de mantelzorger onderdeel van het gesprek over de benodigde hulp. Dat zou er heel goed toe kunnen leiden dat we besluiten om de mantelzorger juist te ontlasten. Bijvoorbeeld in dit geval door tijdelijke opvang te regelen voor moeder, zodat de familie Noordermeer wél op vakantie kan. Respijtzorg heet dat. Het is beslist niet mijn bedoeling om van mensen die al zoveel doen nog méér te vragen.”

“Ik zou de staatssecretaris willen vragen wat hij voor een oplossing bedacht heeft voor de alleenstaande ouderen zonder kinderen of familie.”

Van Rijn: “Gemeenten hebben de taak om de ondersteuning thuis zo goed mogelijk te regelen, rekening houdend met persoonlijke omstandigheden. Als je alleen woont, geen kinderen hebt en er geen mensen in de buurt zijn die jou kunnen helpen, moet jij waarschijnlijk eerder hulp krijgen dan de buurvrouw die dat allemaal wél heeft. De indicaties die we vroeger hanteerden, worden vervangen door een indicatie op grond van ieders persoonlijke omstandigheden. Dat gebeurt in het zogenaamde keukentafel¬gesprek.”

“U wilt dat mensen langer blijven werken. De kinderopvang wordt duurder, grootouders moeten vaker bijspringen in de gezinnen van hun kinderen. Straks zijn mantelzorgers zelf arbeidsongeschikt. En wie zorgt er dan voor hen?”

Van Rijn: “Het is te veel, het is spitsuur. Daarom moeten we breder kijken en bedenken hoe we mantelzorg beter kunnen inbedden. Welke regels moeten wij veranderen om mantelzorg te ondersteunen? Zijn er in bedrijven eigenlijk afspraken over gemaakt? Is het mogelijk om flexibele werktijden af te spreken? De verlofregelingen aan te passen? En wat doe je als twee mensen met een AOW voor elkaar gaan zorgen? Als zij beiden een eigen huis hebben, moest je ervoor waken in de tweepersoons-AOW te belanden. Sinds kort hebben we geregeld dat dat niet meer kan. Dertig jaar geleden spraken we voor het eerst over kinderopvang, en moet je eens kijken hoe normaal dat ondertussen geworden is. Mantelzorg staat aan die vooravond.”

“Het kan toch nooit zo zijn dat familie, vrienden of buren verplicht worden om thuiszorg te -verlenen?”

Van Rijn: “Dat klopt. Ik zal mantelzorg nooit verplichten. En we gaan ook geen bijdrage vragen aan kinderen voor hun ouders. Dat gebeurt in Duitsland wel, maar hier doen we dat niet. Gemeenten mogen een eigen bijdrage vragen voor de voorzieningen die ze bieden. De hoogte van die eigen bijdrage hangt af van het inkomen en het vermogen van de cliënt, maar niet van het inkomen van zijn of haar kinderen. Dat vind ik een eerlijke oplossing.”

“Wat ik zo erg vind, is dat je als mantelzorger je eigen reiskosten moet betalen. Ik heb alleen AOW en ben mantelzorgster voor een gehandicapte vrouw, maar het kost me iedere maand €31 om bij haar te komen.”

“Ik kan dit geval niet beoordelen, maar ik kan me voorstellen dat het aantrekkelijker is om mevrouw Boomhouwer reiskosten te geven dan om bijvoorbeeld de thuiszorg in te schakelen. Maar dat is echt maatwerk. Je kunt geen wet maken voor reiskosten want hup, daar gaan we weer: regels, controleren… Daar willen we nou precies vanaf. Ruimte geven aan de gemeente om te beoordelen wat wijsheid is. Geen nieuwe bureaucratie optuigen.”

* Dit artikel is een ingekorte en geactualiseerde versie van een interview met de staatssecretaris, in het najaar van 2013.