Drie vrijwilligers vertellen

Nederland telt maar liefst 2,7 miljoen vrijwilligers van vijftig jaar en ouder. Drie 50-plussers vertellen waarom ze blij zijn met hun vrijwilligerswerk.

Chris Schuur (79) uit Nuenen woont sinds 1961 tegenover de katholieke kerk. Sindsdien is hij er actief als vrijwilliger. Hij begon als collectant; later werd hij misdienaar bij uitvaarten en beheerder van het kerkhof.
 “Ik was een nieuwkomer in het dorp, en zelfs geen Brabander. Ik ging iedere week naar de kerk en kreeg al snel de vraag of ik vrijwilligerswerk wilde doen. Dat leek mij een goede manier om de band met de gemeenschap te versterken. En om me thuis te voelen. Toen ik nog werkte, deed ik vooral kleine klusjes. Collecteren, het geld wekelijks naar de bank brengen – dat soort dingen. Twintig jaar geleden ging ik met pensioen. Toen ben ik misdienaar geworden bij uitvaarten. Daarvoor moet je overdag beschikbaar zijn. We zijn met een groep van acht gepensioneerde mannen en wisselen elkaar af. Als beheerder van het kerkhof regel ik alle praktische dingen rondom een uitvaart. En ik zorg dat de administratie in orde is. Ik heb in al die jaren veel mensen leren kennen. Ook door de samenwerking tussen de katholieke en de protestantse kerk. Brabants praat ik nog steeds niet, maar ik wil hier nooit meer weg.”
Lisa Martens (53) uit Haarlem is vrijwilliger bij de voetbalclub van haar dochter. Ze begon tien jaar geleden met het regelen van het vervoer naar de uitwedstrijden. Ook zorgde ze voor drankjes in de rust. Sinds vier jaar helpt ze het wedstrijdsecretariaat.
“Eens in de twee weken ben ik op zaterdagochtend in de kantine van de voetbalclub. Ik ontvang de teams en verzorg de administratie van de wedstrijden. Ook geef ik antwoord op vragen alle vragen. Als de koffiemachine hapert, of een speler zijn shirt is vergeten, komen ze bij mij. Meestal vind ik een oplossing en kan ik iemand blij maken. Om half acht komen de eerste teams aan, ik moet dus vroeg op. Dat doe ik graag; het is leuk om iets te kunnen doen voor de club waar mijn dochter speelt. Het vergroot de betrokkenheid. Bovendien kan zo’n club alleen bestaan als er veel vrijwilligers zijn. Dat vindt mijn man ook: hij is grensrechter. We hebben inmiddels een grote, afwisselende kennissen- en vriendenkring. Sommige mensen die ik in de kantine ontvang, zijn veeleisend. Dan denk ik: ik zit hier ook maar in mijn vrije tijd. Gelukkig zijn de meeste reacties positief. Zolang mijn dochter voetbalt, blijf ik vrijwilliger.”
Adriaan Zijlmans (69) uit Rotterdam doet vrijwilligerswerk sinds zijn zestiende. Het liefst “iets met cultuur”. De gepensioneerde politieman houdt van organiseren en het ondersteunen van nieuwe initiatieven. Zoals de leeszaal in Vreewijk, waar de inwoners gratis boeken mogen lenen.
 “Vreewijk is een buurt in Rotterdam-Zuid. Een van de inwoners begon met een klein boekenkastje in zijn eigen voortuin. Sinds drie jaar is er een echte leeszaal midden in de wijk, met duizenden titels. Iedereen mag boeken meenemen – gratis. De leeszaal is een ontmoetingsplek voor de hele buurt. We organiseren voorleesochtenden voor kinderen en literaire bijeenkomsten. Ik ben een echte boekenliefhebber en heb veel kennissen en vrienden in Rotterdam. Daardoor kon ik helpen bij het opzetten van de organisatie en het vinden van subsidies. Ik haal veel plezier uit mijn werk als vrijwilliger. Vooral omdat ik dingen doe die dicht bij mezelf liggen. Dat is volgens mij ook de enige manier om het vol te houden. Toen ik nog politieman was, vond ik vrijwilligerswerk een waardevolle aanvulling op mijn baan. Nu is het een ideale manier om mensen te ontmoeten. Ze hebben vaak schitterende verhalen. Bovendien kan ik iets positiefs bijdragen aan de samenleving. Dat geeft me voldoening en energie.”