Hoe ga ik om met iemand met dementie?

Als iemand uit uw directe omgeving de diagnose dementie krijgt, komen er veel vragen op u af. Hoe verloopt de ziekte, hoe ziet de behandeling eruit, hoe bewaakt u de veiligheid van uw naaste. En misschien wel de belangrijkste vraag: hoe ga ik nu en in de toekomst met mijn naaste om?

Volgens de Stichting Alzheimer Nederland telde Nederland in 2017 ruim 270.000 dementiepatiënten. Elk uur komen daar vijf nieuwe patiënten bij. Als gevolg van de vergrijzing verwacht men dat er in 2040 meer dan een half miljoen mensen met dementie zullen zijn. Leren hoe we het beste met deze mensen om kunnen gaan, wordt dus alleen maar belangrijker.

Laat zien hoe laat het is

Dementiepatiënten hebben vaak moeite met hun oriëntatie. Iemand weet niet meer hoe laat het is of in welk jaar hij leeft. Een duidelijke datumklok kan een deel van die onrust wegnemen. Steeds als de patiënt vraagt hoe laat het is of welke dag het is, kunt u hem wijzen op de klok. Onderzoek heeft laten zien dat dit de oriëntatie kan verbeteren. Het is goed dat u zich realiseert dat naarmate de ziekte vordert, het moeilijker wordt om de patiënt in het hier en nu te houden.

Verbeteren - liever niet

Iemand met dementie leeft steeds meer in het verleden. Hij vraagt bijvoorbeeld wanneer zijn vrouw thuiskomt, terwijl zij al is overleden. Voor een naaste kan dit heel akelig zijn en veel mensen willen de dementiepatiënt verbeteren: ‘U weet toch dat mama niet meer leeft?’ Helaas werkt dat vaak averechts: de patiënt kan onrustig en boos worden. Bij sommige patiënten werkt het beter om over een ander onderwerp te beginnen. Bij weer andere patiënten is het goed om wat verder mee te gaan in het verhaal: ‘Hoe heeft u uw vrouw eigenlijk leren kennen?’

Duik samen het verleden in

Met behulp van voorwerpen, foto’s of muziek uit het verleden van de persoon met dementie kunt u samen herinneringen ophalen. Op deze manier maakt u contact en vaak ontstaan hieruit waardevolle gesprekken. Let op: het gaat hierbij om het ophalen van herinneringen aan gebeurtenissen en niet om het terughalen van namen, jaartallen of plaatsnamen. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat hierdoor het welbevinden van de dementiepatiënt verbetert.

Bewaar de rust

Dementiepatiënten worden - als de ziekte vordert - in meer of mindere mate agressief. Soms verbaal, soms fysiek, soms een combinatie van beide. Op zulke momenten is het belangrijk rustig te blijven. Ga geen discussie aan, maar leg kalm uit wat er gebeurt. Probeer daarbij niet boos te worden of te gaan betuttelen. Verder is het bij agressie belangrijk wat afstand te houden, terwijl u wel oogcontact houdt. Soms kan het helpen de patiënt af te leiden met eten of drinken. Hoewel u agressief gedrag niet altijd kunt voorkomen, kunt u wel voorwaarden scheppen waardoor iemand met dementie minder snel onrustig wordt. Rust, reinheid en regelmaat zijn hierbij belangrijk. Een vaste dagindeling, geen lawaai, geen onverwacht bezoek. Zo houdt u frustratie buiten de deur. Als het agressieve gedrag u te veel wordt, is het belangrijk dit zo snel mogelijk te bespreken met uw huisarts of uw contactpersoon in het verpleeghuis.

Vermijd drukte en lawaai

Dementiepatiënten kunnen heel onrustig zijn: heen en weer lopen, zoeken, naar het toilet willen. Het helpt in zulke situaties niet om iemand het rondlopen te verbieden. U kunt het gedrag beter negeren en de patiënt afleiden met iets te drinken, een ander gespreksonderwerp of een korte wandeling. Verder is het van belang dat u de regelmaat handhaaft en drukte en lawaai vermijdt.

Niet vragen maar doen

Sommige dementiepatiënten willen helemaal niets meer. Ze zijn dan lusteloos en ongeïnteresseerd. Toch is het mogelijk deze lusteloosheid te doorbreken. U moet dan stellig te werk gaan: de patiënt meenemen in plaats van hem vragen of hij iets wel of niet wil. Ga samen wandelen, maak een puzzel, luister samen naar muziek, geef complimentjes voor bereikte resultaten. Maak het niet te ingewikkeld maar let op wat de patiënt nog kan.

Tot slot: u bent niet vergeten

Hoewel het soms lijkt alsof een dementiepatiënt alles is vergeten, is dat niet zo. Een vader die zijn kind niet meer herkent, is dat kind niet vergeten. De dementie zorgt er echter voor dat hij in het verleden leeft, en in dat verleden was zijn kind geen volwassene, maar een kind. De vader herinnert zich het kind nog wel, maar hij kan het verband met de volwassene niet meer maken. Geen herkenning is dus niet hetzelfde als vergeten. Het kan u misschien wat verdriet besparen als u zich dat realiseert.

Meer lezen

Wat kun je doen aan dementie? De effecten van medicatie, leefstijl, voeding en geheugentraining, door dr. Jurgen Claassen, prof. dr. Roy Kessels en dr. Petra Spies - uitgeverij Lannoo Campus, € 19,99. Te koop via boekhandel en Bol.com

Had ik het maar geweten: praktisch basisboek over de omgang met dementie voor familie en zorgverleners, door Ruud Dirkse en Caro Petit - uigeverij Kosmos Utrecht, € 15,00. Te koop via boekhandel en Bol.com.

Op de website Dementie.nl vindt u veel praktische informatie, ervaringsverhalen en kennis over dementie.