Ik heb zorg nodig, maar waar moet ik beginnen? Bij de Wmo of de Wlz?

Als u zorg nodig heeft, kan het lastig zijn om uit te vinden waar u zorg kunt krijgen. Kunt u ondersteuning aanvragen bij de gemeente uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)? Of heeft u meer zorg nodig en heeft u recht op zorg uit de Wet langdurige zorg (Wlz)? We leggen het uit en geven een aantal voorbeelden.

De Wmo en de Wlz zijn allebei wetten die een vergoeding geven voor hulp en zorg. Soms is dat verwarrend, bijvoorbeeld omdat u niet weet bij welke regeling u terecht kunt voor de hulp die u nodig heeft. We geven een korte uitleg over beide regelingen. Aan de hand van situaties laten we zien wanneer zorg vanuit de Wmo wordt geregeld  en wanneer u zorg via de Wlz krijgt.

Wet maatschappelijke ondersteuning

De Wet maatschappelijke ondersteuning helpt mensen die het zelf niet redden. Hulp vanuit de Wmo vraagt u aan bij uw gemeente. Voor ondersteuning vanuit de Wmo betaalt u een eigen bijdrage van 19 euro per maand (2023). De Wmo biedt algemene voorzieningen aan voor iedereen die het nodig heeft. Zoals koffie drinken in het buurthuis of meerijden met de boodschappenbus. Daarnaast heeft de Wmo maatwerkvoorzieningen. Deze voorzieningen zijn speciaal voor u bedoeld. Er zijn twee mogelijkheden. Een medewerker van een zorginstelling waarmee de gemeente samenwerkt komt u verzorgen of u krijgt een persoonsgebonden budget (pgb) van de gemeente. Met een persoonsgebonden budget koopt u uw zorg zelf in.

Wet langdurige zorg

De Wet langdurige zorg (Wlz) is bedoeld voor mensen die 24 uur per dag intensieve zorg en toezicht nodig hebben. Denk aan ouderen met ernstige dementie en mensen met een ernstige verstandelijke of lichamelijke beperking. Zorgverzekeraars voeren de Wlz uit, niet de gemeente. Voor zorg vanuit de Wlz moet u bijna altijd een eigen bijdrage betalen. Via de rekenhulp van het CAK berekent u hoe hoog die eigen bijdrage ongeveer zal zijn. 

Voorbeeld 1: Jan kan niet goed lopen en komt de deur niet meer uit.

Heeft Jan een rolstoel, scootmobiel of aangepaste fiets nodig? Daarvoor kan hij een vergoeding aanvragen uit de Wmo. Daarnaast kan Jan vanuit de Wmo individuele begeleiding krijgen. Die begeleider helpt hem bijvoorbeeld bij boodschappen doen. Ook kan de begeleider Jan helpen om contact met andere mensen te leggen. Via de Wmo kan Jan ook een vervoerspas aanvragen. Met zo’n vervoerspas kan hij bijvoorbeeld met de plaatselijke belbus mee.

Om zorg vanuit de Wmo aan te vragen, moet Jan contact opnemen met het Wmo-loket in zijn gemeente. Let op: in sommige gemeenten heet zo’n loket Loket-Z, Zorgloket, Loket Welzijn of Loket Zorg en Inkomen.

Voorbeeld 2: Marinus woont alleen en is steeds vaker in de war. Zijn dochter maakt zich grote zorgen.

De eerste stap is een gesprek met de huisarts of wijkverpleegkundige. Kan Marinus eigenlijk niet meer alleen thuis blijven wonen? Dan kan hij of zijn dochter een aanvraag doen bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Het CIZ bepaalt of Marinus blijvend intensieve zorg nodig heeft uit de Wlz. Krijgt Marinus inderdaad een Wlz-indicatie? Dan kunnen Marinus en zijn dochter terecht bij het zorgkantoor. Het zorgkantoor regelt de zorg voor Marinus. Het zorgkantoor geeft ook antwoord op vragen over de zorg, wachtlijsten en een persoonsgebonden budget. Marinus bepaalt zelf of hij naar een zorginstelling wil of thuis wil blijven wonen. Wil hij thuis blijven wonen? Dan kan de zorginstelling zorg aan huis bieden. Of Marinus en zijn dochter kopen de zorg zelf in met een persoonsgebonden budget. Een combinatie is ook mogelijk.

Blijkt uit het onderzoek van het CIZ dat Marinus geen recht heeft op zorg vanuit de Wlz? Dan kunnen vader en dochter zoeken naar andere mogelijkheden om zorg te krijgen, bijvoorbeeld via het Wmo-loket van de gemeente. Via de Wmo kan de gemeente verschillende vormen van zorg aanbieden. Marinus en zijn dochter kunnen ook wijkverpleging aanvragen. Dit wordt vergoed door de zorgverzekeraar.

Voorbeeld 3: Lia heeft een chronische ziekte en moet elke week naar het ziekenhuis voor controle.

Woont Lia thuis en heeft zij niet iedere dag intensieve zorg nodig? Dan kan ze het vervoer naar en van het ziekenhuis via de Wmo regelen. Voor hulp vanuit de Wmo moet Lia zelf een eigen bijdrage van 19 euro per maand betalen (2023). Woont Lia in een zorginstelling en krijgt ze iedere dag intensieve zorg? Dan regelt de Wlz het vervoer. Ook de zorg die ze in de instelling krijgt, wordt geregeld via de Wlz.

Voorbeeld 4: Willeke heeft beginnende dementie en haar man denkt dat dagbesteding haar goed zou doen.

Dagbesteding voor iemand die (nog) geen 24-uurszorg nodig heeft, valt onder de Wmo. Om dagbesteding te regelen, kunnen Willeke en haar man contact opnemen met de huisarts, wijkverpleegkundige of thuiszorg. Of ze gaan direct naar het Wmo-loket van de gemeente. De gemeente onderzoekt of Willeke in aanmerking komt voor dagbesteding. Vaak gebeurt dit via een keukentafelgesprek. Willeke en haar man krijgen dan een medewerker van de gemeente op bezoek om te praten over de mogelijkheden. Besluit de gemeente dat Willeke recht heeft op dagbesteding. Dan kunnen Willeke en haar man de dagbesteding zelf aanvragen. Het Wmo-loket van de gemeente kan daarbij helpen. Voor hulp vanuit de Wmo betaalt Willeke een eigen bijdrage van 19 euro per maand (2023).