Noodopvang voor ouderen is slecht geregeld

Ziekenhuizen zitten vol met senioren die nergens terecht kunnen. Waarom is de noodopvang voor ouderen zo slecht geregeld?

Regelmatig luiden ziekenhuizen de noodklok. Ouderen die genoeg hersteld zijn, kunnen niet naar hun eigen huis terug omdat ze nog te veel verzorging nodig hebben. Maar een alternatief is er niet, nu alle instellingen voor lichte zorg niet meer bestaan. Het gevolg is dat deze patiënten ziekenhuisbedden bezet houden die eigenlijk hard nodig zijn voor andere patiënten.

Weeffout in de zorg

Ook huisartsen klagen steen en been. Ze zijn veel tijd kwijt aan het regelen van opvang met verzorging, bijvoorbeeld in een verpleeghuis of zorghotel. Jos Schols, hoogleraar ouderengeneeskunde: “Er is een gapend gat tussen de zorg thuis en de zorg in een instelling.” Een weeffout in de zorg, noemt Schols het.

Noodsituaties in ouderenzorg

Ouderen blijven zo lang mogelijk thuis wonen en in noodsituaties levert dat veel problemen op. Bijvoorbeeld als iemand valt en daardoor tijdelijk niet voor zichzelf kan zorgen. Of als iemand moet herstellen van een ziekenhuisopname. En wat wat moet u doen als de mantelzorger tijdelijk niet beschikbaar is? Eigenlijk zijn dat allemaal situaties waarin de huidige wetten niet (goed) voorzien.

Er zijn wel bedden, maar niet genoeg

Er zijn wel logeerbedden of opvangbedden. Maar er zijn er niet genoeg en ze zijn onvoldoende meteen beschikbaar en bereikbaar in noodsituaties. Er zijn trouwens ook voorbeelden waar het wél goed geregeld is. Amsterdam organiseert noodopvang voor zwakke ouderen die tijdelijk niet thuis kunnen wonen. Huisartsen kunnen 24 uur per dag en zeven dagen per week patiënten uit Amsterdam laten opnemen. Dat is een uitkomst, want de meeste verpleeghuizen met logeerbedden nemen buiten kantoortijden de telefoon niet eens op.

We weigeren niemand

Zorgorganisatie Amsta startte deze noodopvang in Amsterdam terwijl de betaling onduidelijk was. Zorgcoördinator Floor Vonk in actualiteitenprogramma Nieuwsuur: “We nemen iedereen op die direct zorg nodig heeft en hier wordt aangemeld door de huisarts, we weigeren niemand. Dan kijken we later wel of we de financiering rond krijgen.” Eerst zorgen en dan pas een indicatie regelen is het uitgangspunt.

Wat is er nodig?

Deskundigen geven de volgende actiepunten aan. Eén centraal telefoonnummer (per stad of regio). Artsen en ziekenhuizen bellen dit nummer als er een noodgeval is. Een wijkziekenboeg met logeerbedden, liefst in een bestaand verpleeghuis. Meer bedden en kamers. Betere samenwerking en een centrale aanpak, zodat je meteen ziet, waar er in de regio een plek beschikbaar is. En geld om dit soort opnames te betalen.

En gaat dit er ook komen?

Minister Schippers erkende in 2016 het probleem al en richtte een praktijkteam in. Dat heeft tot nu toe geen effect gehad. Staatssecretaris van Rijn stelde 20 miljoen euro beschikbaar, ook dat heeft het probleem niet opgelost. Nu ligt de bal wéér bij het kabinet. Eén besluit dat al genomen is, gaat in ieder geval helpen: de zorg en opvang voor patiënten die vanwege medische redenen tijdelijk niet thuis kunnen wonen, wordt betaald vanuit de basisverzekering van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Dat betekent niet dat er méér plaatsen zijn of dat de organisatie verbetert, maar wel dat de betaling beter geregeld is.