Samen met broers en zussen voor iemand zorgen: zo doe je dat

Als uw vader of moeder hulp en zorg nodig heeft, is het fijn als u die hulp samen kunt geven. In veel families delen broers en zussen de zorg voor hun ouders met elkaar. Dat gaat vaak goed, maar zorgt  ook regelmatig voor problemen. Duidelijke afspraken en goede communicatie kunnen helpen om conflicten te voorkomen.

Uw ouder(s) helpen kan veel werk zijn, zeker als de gezondheid steeds verder achteruitgaat. Iedereen is druk, dus het helpt als de taken onderling verdeeld worden. De ene broer doet bijvoorbeeld de boodschappen, de ander bewaakt de financiën en een zus onderhoudt de contacten met de dagopvang en medische instanties. Een weekrooster waarin u aangeeft welke broer of zus wanneer op bezoek gaat, helpt u om dit eerlijk te verdelen.

Agenda beheren en contact houden

Mantelzorgen houdt in dat er veel geregeld en besproken moet worden. Daar zijn handige apps voor met bijvoorbeeld een gezamenlijke agenda en handige manieren om taken te verdelen en onderling contact te houden. U kunt ook een simpel schriftje gebruiken dat bij uw vader of moeder op de keukentafel ligt. Daarin kunt u alle zaken die van belang zijn voor de anderen opschrijven. Wat heeft u gedaan? Wat moet er gebeuren? Wat is handige informatie voor de volgende broer of zus die langskomt? Heeft uw ouder genoeg gegeten en gedronken? Heeft hij of zij geslapen? 

Wie is de contactpersoon?

Benoem één persoon uit uw midden als contactpersoon. Voor de huisarts en zorgorganisaties is de contactpersoon het aanspreekpunt namens de familie en andere naasten. Als uw vader of moeder er nog toe in staat is, kan hij of zij zelf bepalen wie de rol van contactpersoon moet vervullen. 

Regel een volmacht

Met een volmacht geeft uw vader of moeder toestemming om namens hem of haar geldzaken te regelen en besluiten te nemen. De volmacht stopt op het moment dat uw ouder overlijdt. Een levenstestament lijkt op een algemene volmacht maar gaat verder. Ook medische beslissingen vallen daaronder. Uw ouder kan een volmacht of een levenstestament op elke leeftijd maken. U hoeft dus niet te wachten tot het echt niet meer gaat. Bespreek dit op tijd met uw ouder en met uw zussen en broers, zodat voor iedereen duidelijk is wat uw vader of moeder wil.

Beslissingen nemen

Iedereen boven de achttien jaar beslist zelf over zijn eigen leven. Ook ouders van wie de gezondheid achteruitgaat, blijven zelf verantwoordelijk. De kinderen kunnen alleen de verschillende mogelijkheden aan vader of moeder voorleggen, bijvoorbeeld een medische behandeling of een verhuizing naar een verpleeghuis. Maar de ouder kiest zelf.

Is uw vader of moeder niet in staat sommige keuzes nog te overzien? Dan heeft degene die uw ouder vertegenwoordigt, het recht om namens uw ouder besluiten te nemen. Uw ouder is op zo’n moment wilsonbekwaam. Als er geen mentor, bewindvoerder of curator is, krijgt de schriftelijk gemachtigde het recht om op te treden als vertegenwoordiger. Dat is in veel gevallen de partner of één van de kinderen of een ander familielid.

Meestal gaat het er niet zo formeel aan toe. Als het slechter gaat met vader of moeder, overlegt u met elkaar over de volgende stap. Het is fijn als u daarover overeenstemming kunt bereiken en ook uw vader of moeder bereid is om hieraan mee te werken. De wens van uw ouder(s) zelf is hierbij het belangrijkste. Maar als die wens niet meer duidelijk is, kan het ook de mening zijn van degene die de meeste zorg geeft. Of van degene met bijvoorbeeld een medische achtergrond. Dat zal per familie en per keuze verschillend zijn.

Oude patronen en oude pijn

Elke familie heeft vanuit het verleden bepaalde patronen. Bijvoorbeeld twee broers die elkaar als kind de tent uitvochten. Of een oudste zus die nooit de erkenning van haar ouders kreeg die ze zo graag had willen hebben. Kunt u elkaar ontlopen, dan is er niets aan de hand. Maar als u samen moet gaan zorgen, komen oude patronen en oude pijn weer boven. Voor u het weet, zitten de broers weer aan tafel ruzie te maken. En is de oudste zus weer nét zo teleurgesteld als vroeger. Als broers en zussen kunt u misschien bespreken wat er in het verleden speelde binnen uw gezin en aangeven waar u nu nog altijd last van heeft. Het kan helpen deze zaken naar elkaar uit te spreken, om te voorkomen dat hierdoor problemen ontstaan in de periode waarin u met elkaar voor uw ouders gaat zorgen. Heel belangrijk is dat u elkaar vrij laat. Houd rekening met elkaars grenzen en dring elkaar geen taken op. Gebruik elkaars talenten, oordeel niet te hard als de één minder hard loopt dan de ander. En geef uw grenzen aan als het u teveel wordt.

Schakel hulp in

Zorgen voor uw ouders mag voor niemand te zwaar worden. U staat er als broers en zussen in de mantelzorg nooit alleen voor. De wijkverpleging kan dagelijkse medische en lichamelijke zorg verlenen, huishoudelijke hulp regelt u via de gemeente (Wmo). Als het thuis echt niet meer gaat, vraagt u een indicatie aan voor verpleeghuiszorg. Daarnaast zijn er via de overheid hulpverleners aangesteld die (gratis) het leven van mantelzorgers kunnen verlichten.

Een mantelzorgmakelaar bijvoorbeeld, kan mantelzorgers werk uit handen nemen. Hij of zij kan u helpen bij het regelen van zaken op het gebied van zorg, werk, welzijn, wonen of financiën. Hetzelfde geldt voor de casemanager dementie. Voor mensen met dementie en hun mantelzorgers is de casemanager een belangrijke steun. De casemanager weet de weg in het doolhof van instellingen en organisaties in de regio en kan bemiddelen bij het regelen van passende zorg.