Wanneer wordt mantelzorg te zwaar en wat kunt u dan doen?

Bent u mantelzorger en gaat uw gezondheid achteruit? Of kunt u om een andere reden de zorg voor uw naaste niet meer aan? Veel mantelzorgers vinden het moeilijk om de zorg uit handen te geven. Maar als het echt niet meer gaat, is dat toch het beste voor iedereen.

Als een oudere zorg nodig heeft, neemt de partner, dochter of zoon meestal allerlei taken op zich. Vaak begint het met kleine dingen en wordt de zorg later steeds zwaarder, bijvoorbeeld als uw naaste dementie heeft of ernstig ziek is. Als u samen in hetzelfde huis woont, kan de zorg voor uw naaste erg veel van u vragen. Misschien kunt u bijna niet meer weg van huis of slaapt u te weinig omdat het zorgen 24 uur per dag doorgaat. Maar ook als uw naaste alleen woont, kan dat veel onrust en spanning geven. Het is belangrijk dat u op tijd toegeeft dat u het niet meer aan kunt, voordat u zelf overbelast raakt.

Hoe voelt u zich?

Vraag uzelf af hoe het met u gaat. Hoe voelt u zich? Heeft u lichamelijke klachten, bent u moe? Huilt u vaker, voelt u zich opgejaagd, bent u somber of prikkelbaar? Het kunnen signalen zijn dat u overbelast bent. Praat erover met uw huisarts of de praktijkondersteuner. Erover praten kan u helpen om te beseffen dat u uw klachten serieus moet nemen. Dat maakt het ook makkelijker om er met anderen in uw omgeving over te praten en een oplossing te zoeken.

Schuldgevoel

Heeft u last van schuldgevoel omdat u de zorg niet meer aankunt? Dat is begrijpelijk. Die schuldgevoelens zijn het gevolg van zorgzaamheid, verantwoordelijkheidsbesef en liefde voor uw naaste. Het helpt om over uw schuldgevoelens te praten of uw gevoelens op te schrijven. Wees ook eerlijk naar uzelf. U kunt niet alles doen. Vergelijk uzelf niet met anderen, want geen persoon of situatie is hetzelfde.

Praat met uw naaste

Als u merkt dat de zorg u te veel wordt, is het goed om daarover te praten met uw naaste. Zeg dat u het niet meer aankunt en geef duidelijk aan op welke momenten u tegen uw grenzen aanloopt. Dat kan een lastig gesprek zijn, want u bent voor uw naaste een heel belangrijke steun. Als andere mensen die zorg gaan overnemen of als uw naaste niet meer thuis kan blijven, kan dat voor paniek en weerstand zorgen. Het kan fijn zijn om dit gesprek met anderen samen te voeren, bijvoorbeeld met de kinderen, een goede vriend(in) of de huisarts. Het is belangrijk dat u iemand kiest in wie uw naaste veel vertrouwen heeft.

Meer hulp thuis

Kijk samen met familie, de huisarts of de thuiszorg of er zaken zijn die u uit handen kunt geven. Denk aan huishoudelijke hulp en het thuis laten bezorgen van boodschappen, maaltijden of medicijnen. Medewerkers van de thuiszorg kunnen uw naaste helpen bij het opstaan, wassen en aankleden, en bij het geven van medicijnen en verzorgen van wonden. Via de gemeente kunt u misschien hulp krijgen bij de administratie, of kunt u taxivervoer regelen. Misschien zijn er in uw gemeente vrijwilligers die uw naaste een paar uur gezelschap houden, zodat u even de deur uit kunt. Vraag bij de thuiszorg, de huisarts of het Wmo-loket van de gemeente wat er mogelijk is. U natuurlijk ook zelf hulp en zorg inkopen bij een particuliere organisatie.

Dagbesteding

Soms bent u geholpen als uw naaste een paar keer per week naar de dagopvang of dagbesteding gaat. U kunt dan iets voor uzelf doen en op adem komen. U regelt dit via de gemeente.

Uw naaste uit huis

Er kan een moment komen dat het echt niet meer gaat thuis, bijvoorbeeld als uw naaste ook ’s nachts aandacht en hulp nodig heeft. Het is een grote stap als iemand naar een verpleeghuis moet. Bespreek het met de huisarts of de wijkverpleging, maar ook met uw kinderen, en natuurlijk met uw naaste. Bij opname in een verpleeghuis komt veel kijken en soms duurt het lang voordat het geregeld is. De wijkverpleegkundige kan u erbij helpen. Ook kan zij meedenken over tussenoplossingen als er niet meteen een plek is in het tehuis.

Voelt u zich schuldig omdat uw naaste naar een verpleeghuis gaat? U kunt als mantelzorger nog steeds veel betekenen. Als u meer uitgerust bent, kunt u misschien juist weer wat meer leuke dingen met uw naaste doen. U kunt zo vaak op bezoek gaan als u wilt en bijvoorbeeld een spelletje doen of voorlezen. Of misschien kunt u uw naaste af en toe meenemen voor een wandeling of ander uitstapje.