340 miljoen euro voor langer thuis wonen

Hofjes, meer bedden voor tijdelijke opvang en verhuiscoaches: minister de Jonge presenteerde zijn plan om ouderen een steuntje in de rug te bieden.

Met zijn programma 'Langer thuis' richt minister de Jonge (WVS) zijn pijlen op de groeiende groep ouderen die zelfstandig thuis wonen. Langer thuis wonen klinkt mooi en de meeste ouderen willen het graag. Maar het veroorzaakt ook hoofdbrekens bij de beleidsmakers en veel ellende bij ouderen en hun naasten: groeiende eenzaamheid, te weinig geschikte woningen, te veel ouderen die onnodig in het ziekenhuis verblijven en overbelaste mantelzorgers. Al deze problemen wil de minister de komende jaren uit de weg helpen.

Ondersteuning thuis

De minister wil dat de 'professionals' in de wijk zich organiseren in een team. De minister heeft hiervan goede voorbeelden gezien. Bijvoorbeeld in Ede en Dongen waar zorgverzekeraars, gemeenten en zorgaanbieders samenwerken om ervoor te zorgen dat ouderen langer op een goede manier hun leven kunnen blijven leiden. Er is één leidinggevende, de arrangeur, die nauw optrekt met de oudere, diens wensen hoort en kijkt wat er nodig is. Heel belangrijk: de ondersteuning en zorg vanuit verschillende wetten, mogen worden gecombineerd. Zoals het nu gaat in Ede en Dongen, is wat de minister voor ogen heeft: de huisarts, de wijkverpleegkundige, de apotheker en de diverse ouderenspecialisten gaan samenwerken. Als team letten ze in een vroeg stadium al op tekenen van dreigende eenzaamheid, ondervoeding, beginnende dementie of zorgvermijding. Door dit soort zaken op tijd te signaleren, kunnen ouderen passende ondersteuning krijgen, zo is de gedachte. Eén van hen krijgt de leiding, is het aanspreekpunt. Een persoonlijk zorgplan houdt iedereen vervolgens bij de les.

Meer tijdelijke opvang

Een belangrijk onderdeel van langer thuis wonen is de beschikbaarheid van tijdelijke opvang. Er komen méér bedden voor tijdelijk verblijf, zo belooft de minister. Nu blijven ouderen vaak te lang in het ziekenhuis, omdat er geen plek is waar ze kunnen herstellen. Maar ook iemand die gevallen is, ondervoed geraakt of zijn medicijnen verkeerd gebruikt, heeft een tijdelijke verblijfplek nodig. Net als iemand die naar een verpleeghuis moet verhuizen, maar daar nog niet terecht kan. Er moeten méér van dat soort opvangplekken komen - bijvoorbeeld in zorghotels en verpleeghuizen - en die plekken moeten vindbaar zijn. Met name huisartsen klagen nu steen en been. Ze moeten veel te lang rondbellen voordat ze een opvang gevonden hebben. Regionale coördinatiepunten moeten tijdelijk verblijf gaan stimuleren en de regie oppakken. Een ander voorbeeld waar de minister blij van wordt, is de wijkkliniek voor ouderen in Amsterdam. Een mini-ziekenhuis dat zowel acute medische zorg als tijdelijke opvang biedt, met als doel mensen zo fit mogelijk weer naar huis te laten gaan.

Wonen

De minister wil dat er meer aanbod komt van 'woonzorgvormen' voor ouderen. Wonen op een plek waar ook zorg geleverd kan worden, als dat nodig is. Het vroegere verzorgingshuis, maar dan anders. In de zoektocht naar vernieuwende woonvormen zullen tien gemeenten de komende jaren initiatieven opgzetten, gericht op mensen met een laag- of middeninkomen, zoals de hofjes van de Knarrenhof. In een hofje wonen mensen apart, maar toch ook samen. De gemeenschappelijke tuin staat garant voor ontmoetingen. Een hofje is gestoeld op ouderwetse burenhulp en burenfatsoen. De eerste Knarrenhof is in 2017 in Zwolle opgeleverd.

Wooncoach en verhuizen

Als het aan de minister ligt, vragen ouderen zich veel eerder af of het huis waarin ze wonen, op de lange termijn nog wel geschikt is. Een wooncoach moet hen daarbij helpen. Gemeenten moeten een aanpak ontwikkelen om allereerst ouderen bewust te maken van hun woonsituatie. Daarna samen bekijken of ze op termijn nog goed wonen en vervolgens om mensen met verhuisplannen op weg te helpen. Gemeenten krijgen daarmee gelijk een beter beeld van de vraag van ouderen. De gemeente Lopik bijvoorbeeld, heeft nu al goede ervaringen met een Wooncoach Senioren. Mensen vanaf 65 jaar met een huurwoning of een eigen woning kunnen gebruik maken van de dienstverlening van de wooncoach.  Ondertussen zijn er landelijk al voorzieningen getroffen die mogelijk maken dat ouderen die van hun huidige koopwoning naar een goedkopere koopwoning willen verhuizen, een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie kunnen krijgen.