Het IkWoonLeefZorg Woon Alfabet

Wat is rentemiddeling, wat betekent EPC en wat is de huurtoeslaggrens? Zoek het op in het IkWoonLeefZorg Woon Alfabet!

A

Aanleunwoning: Gelijkvloerse, rolstoeltoegankelijke woning bij een zorginstelling.

Aflosboete: Populaire benaming voor het geleidelijk afschaffen van de Wet Hillen. Deze wet zorgt ervoor dat huiseigenaren met een (bijna) afgeloste hypotheek minder belasting betalen. De komende 30 jaar gaan deze huiseigenaren stukje bij beetje iets meer belasting betalen.

Aflossingsvrije hypotheek: Hypotheek waarvoor de huiseigenaar alleen rente betaalt, geen aflossing. Aan het einde van de looptijd houdt de eigenaar dus een schuld over.

Annuïteitenhypotheek: Hypotheekvorm waarbij de huiseigenaar geleidelijk de hypotheekschuld aflost. De maandelijkse lasten blijven gelijk zolang de rente gelijk blijft. Met deze hypotheekvorm mag u de rente aftrekken voor de belasting. In de eerste helft van de looptijd betaalt u meer rente, in het tweede helft van de looptijd meer aflossing. Daardoor is het belastingvoordeel in het begin groter dan aan het eind.  

B

Bejaardentehuis: Voormalige woonvorm voor ouderen die zorg nodig hebben, ook wel verzorgingshuis genoemd. Veel oude verzorgingshuizen hebben inmiddels een nieuwe functie gekregen, bijvoorbeeld verpleeghuis, zorgappartementen of woonvorm voor verschillende leeftijdsgroepen.

Boeterente: Bedrag dat u moet betalen als u voor het einde van de rentevaste periode uw hypotheek wilt oversluiten. Zie ook: Hypotheek oversluiten in 7 stappen

D

Duurzame woning: Woning die maximaal is aangepast om de aarde zo min mogelijk te belasten. Dat betekent bijvoorbeeld dat er duurzame materialen zijn gebruikt bij de bouw. De woning is energiezuinig omdat de ramen op het zuiden gericht zijn, er goed is geïsoleerd en er zonnepanelen op het dak liggen.

E

Eigenwoningforfait: Bedrag dat de Belastingdienst bij uw inkomen telt als u een eigen huis heeft. Het eigenwoningforfait bedraagt meestal 0,7 procent van de woz-waarde van de woning (2018).

EPC: Energie Prestatie Coëfficiënt. Dit cijfer staat voor de energiezuinigheid van een woning. Hoe lager de EPC-waarde, hoe beter. Sinds 1995 moeten bouwers van nieuwbouwwoningen een EPC laten berekenen.  

G

Geliberaliseerde huurwoning: Huurwoning die aan het begin van de huurperiode een huurprijs heeft die hoger ligt dan de liberalisatiegrens. In 2018 is deze grens €710,68.

Gluurverhoging: Populaire benaming voor de inkomensafhankelijke huurverhoging, waarvoor de belastingdienst ten onrechte inkomensgegevens heeft verstrekt. Veel huurders hebben hierdoor in 2013, 2014 en/of 2015 een huurverhoging opgelegd gekregen. De Woonbond raadt aan de teveel betaalde huur terug te vragen aan de belastingdienst.

Groepswonen: Woonvorm met zelfstandige eenheden en gemeenschappelijke voorzieningen, zoals een woonkamer met keuken en een gemeenschappelijke tuin. Bewoners beslissen gezamenlijk over de gang van zaken in een woongemeenschap.

H

Huurtoeslag: Tegemoetkoming van de overheid voor mensen met een laag inkomen. Huurtoeslag is alleen bedoeld voor huurders van een woning met een huur van maximaal €710,68.

Huurtoeslaggrens: Hoogte van de huur waarboven geen recht op huurtoeslag bestaat. In 2018 ligt deze grens op €710,68.

K

Kangoeroewoning: Meergeneratiewoning die bestaat uit twee zelfstandige woonruimten onder één dak. Ouderen die zorg nodig hebben kunnen hier bijvoorbeeld samen met het gezin van een zoon of dochter in wonen.

Kleinschalig wonen: Begeleide woonvorm voor zes tot acht personen met dementie en soms ook hun partner. Bewoners en verpleging vormen een gezamenlijk huishouden, compleet met boodschappen doen en koken.

L

Levensloopbestendige woning: Woning die is gebouwd of aangepast om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen. Dat betekent een badkamer en slaapkamer beneden, een inloopdouche en wandbeugels in de wc en op de gang.

Lineaire hypotheek: Hypotheekvorm waarbij de huiseigenaar geleidelijk de hypotheekschuld aflost. De maandelijkse aflossing is steeds even hoog, waardoor de rentelasten langzaam dalen. Met deze hypotheekvorm mag u de rente aftrekken voor de belasting. Berekend over de hele looptijd zijn de totale lasten van deze hypotheekvorm lager dan die van een annuïteitenhypotheek.

M

Mantelzorgwoning: Een verplaatsbare wooneenheid op het erf van een bestaande woning. Een oudere die zorg nodig heeft, kan op deze manier dichtbij de mantelzorger wonen.

Marktwaarde: De waarde van de woning. Sinds 2018 mag u maximaal 100% van deze marktwaarde lenen. U kunt de marktwaarde laten bepalen door een taxatie te laten uitvoeren.

N

NHG: Nationale Hypotheek Garantie. Koopt u een huis van €265.000 of minder, dan kunt u NHG aanvragen. NHG zorgt voor een financieel vangnet in het geval van een scheiding, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en het overlijden van een partner. Dit kost eenmalig 1 procent van de totale lening. Banken vragen een lagere rente aan klanten die kopen met NHG.

Nultredenwoning: Gelijkvloerse woning die zonder traplopen te betreden is vanaf de straat.

O

Oversluiten: Profiteren van de lagere rente door een lopende hypotheeklening te beëindigen en een nieuwe hypotheeklening aan te gaan. Vaak moet u wel boeterente betalen. Ook bent u voor de nieuwe hypotheek kosten kwijt voor de verplichte taxatie, de advies- en afsluitkosten en de hypotheekakte.

Overwaarde: Het verschil tussen de waarde van een woning en de hoogte van de hypotheek. Overwaarde komt vrij bij verkoop. Bent u niet van plan te verkopen, dan kunt u de overwaarde ook benutten door er een hypotheeklening op te nemen.

P

Puntenstelsel: Woningwaarderingsstelsel dat de kwaliteit van een huurwoning uitdrukt in punten. Het aantal punten bepaalt de maximaal toegestane huurprijs. Het puntenstelsel geldt niet voor woningen met een geliberaliseerde huurprijs.

R

Rekenhuur: Kale huur plus maximaal €48 aan servicekosten. De rekenhuur is bepalend voor het recht op huurtoeslag. Alleen bij een rekenhuur onder de huurtoeslaggrens bestaat recht op huurtoeslag.

Rentevaste periode: Periode van bijvoorbeeld vijf of tien jaar waarin de rente voor een hypotheek vaststaat. Gedurende deze jaren kunt u zeker zijn van de hoogte van uw woonlasten.

Rentemiddeling: Berekening van een nieuw rentepercentage voor een hypotheek, waarbij de nieuwe rente het gemiddelde is van de oude (hoge) rente en de nieuwe (lage) rente. Daar bovenop komt een opslag voor de kosten die bank maakt. Rentemiddeling kan alleen bij uw eigen bank.

Restschuld: Hypotheekschuld die overblijft na het verkopen van de woning.

S

Serviceflat: Gebouw met zelfstandige appartementen en gemeenschappelijke voorzieningen voor ouderen, zoals een maaltijdservice, alarmsysteem, boodschappendienst en recreatieruimte.

Servicekosten: Kosten die huurders betalen bovenop hun kale huur. Voorbeelden van servicekosten zijn schoonmaak- en energiekosten van gemeenschappelijke ruimten, kosten voor een huismeester en voor de lift.

Sociale huurwoning: Woning met een huur onder de liberalisatiegrens. In 2018 ligt deze liberalisatiegrens op €710,68. Met een jaarinkomen onder de €36.798 komt u in aanmerking voor een sociale huurwoning. Daarboven soms ook, maar de kans is dan kleiner.

T

Taxatie: Waardebepaling van een woning. Een taxatierapport is vaak een vereiste bij de aanvraag van een hypotheek.

V

Variabele hypotheekrente: Hypotheekrente die regelmatig verandert, bijvoorbeeld per maand of per kwartaal. Variabele rente kan lager zijn dan de rente waarvoor een rentevaste periode geldt.

Verpleeghuis: Woonvorm voor mensen die langdurige zorg nodig hebben. Een voorwaarde is dat iemand 24 uur per dag zorg in de nabijheid of toezicht nodig heeft (bijvoorbeeld wegens dementie). Dat is geregeld in de Wet langdurige zorg.

Vrije sector: Huurwoningen waarvoor niet de beschermende regels gelden die voor de sociale sector wel gelden, zoals de regels voor de maximale huurverhoging.

VVE: Vereniging van Eigenaren, waarvan appartementeigenaren binnen één complex automatisch lid zijn. De vereniging regelt het onderhoud van gemeenschappelijke gedeelten en zet hiervoor geld opzij.

W

Woonservicegebied: Veilige en rollatorvriendelijke woonomgeving met veel voorzieningen, zoals winkels, een buurtcentrum, een gezondheidscentrum en goed openbaar vervoer.

Woz-waarde: Waarde van een woning volgens de Wet waardering onroerende zaken (woz). De gemeente stelt deze waarde jaarlijks vast. De woz-waarde is bepalend voor gemeentelijke belastingen, maar ook voor het eigenwoningforfait.

Z

Zorgappartement: Zelfstandige woning voor iemand die zorg nodig heeft. De bewoner betaalt huur en servicekosten en maakt gebruik van thuiszorg. In het complex is 24 uur per dag hulp aanwezig.

Zorgwoning: Zelfstandige huurwoning die speciaal geschikt en bestemd is voor mensen die extra zorg nodig hebben. Een zorgwoning heeft bijvoorbeeld brede deuropeningen en een ruime badkamer met een douchestoel.