Wilt u in een groep wonen? Wacht niet te lang met aanmelden

In een woongroep wonen kan heel fijn zijn. De bewoners helpen elkaar en blijven daardoor langer zelfstandig. In Nederland bestaan honderden woongroepen. Er zijn inmiddels ook een aantal verschillende woongroepen voor 50-plussers. Denkt u dat wonen in een groep iets voor u is? Meld u dan op tijd aan bij de groep van uw keuze. Na uw zeventigste verjaardag kan dat vaak niet meer.

Als u een woongemeenschap voor ouderen zoekt, kunt u op de website van de Landelijke Vereniging Gemeenschappelijk wonen van Ouderen (LVGO) kijken. Ongeveer 150 woongemeenschappen voor senioren zijn aangesloten bij de LVGO. Op deze website vindt u een overzichtskaart en een uitgebreide lijst met woongroepen. Zo kunt u snel zien welke woongroepen bij u in de buurt zijn, hoe groot de groep is en of er een wachtlijst is.

De woongemeenschappen die bij de LVGO zijn aangesloten hebben bijna allemaal dezelfde opzet. Iedere bewoner heeft een eigen appartement (koop- of huurhuis). Daarnaast zijn er gemeenschappelijke voorzieningen, zoals een gemeenschappelijke huiskamer, een logeerkamer, een ruimte voor een wasmachine en droger en een gezamenlijke tuin. De ideale grootte van een woongemeenschap is tussen de 15 en 25 bewoners, volgens de LVGO. Dat is niet te groot en niet te klein. Als de groep groter is, dan wordt er meestal een onderverdeling gemaakt in kleinere groepen met eigen ontmoetingsruimtes. Wilt u in een woongroep wonen? Dan moet u hiermee rekening houden.

Leeftijdsgrens

Een deel van de woongemeenschappen voor ouderen heeft een maximum leeftijdsgrens voor nieuwe bewoners. Vaak ligt de grens rond de 65 jaar. Dit heeft te maken met een evenwichtige leeftijdsopbouw. In een woongemeenschap is het belangrijk dat de bewoners elkaar iets te bieden hebben. Geven en nemen, daar moet een balans in zijn. Bij een woongemeenschap met teveel ouderen, is die balans weg. Dat speelde bijvoorbeeld bij woongroep De Pioniershof in Twello, legt bewoonster Riet Brug uit. Met een aantal negentigplussers en een aantal tachtigplussers, was verjonging hard nodig. Want wie wil nog komen wonen in een woongemeenschap met alleen maar hoogbejaarden? Daarom is er een leeftijdsgrens voor nieuwe bewoners. En dat helpt. De bewoners die nu nieuw binnenkomen hebben een leeftijd van rond de 65 jaar.

Huur- en koopwoningen

Er zijn woongemeenschappen met koopwoningen, met huurwoningen in de vrije sector, met sociale huurwoningen of met een combinatie van huur- en koopwoningen. Als uw inkomen hoger is dan 40.024 euro (2021) mag u in de meeste gevallen geen sociale huurwoning huren. Maar een woningcorporatie mag in 10 procent van de gevallen van die regel afwijken, in 2022 zelfs in 15 procent van de gevallen. Heeft u een passende woongroep gevonden met sociale huurwoningen? Denk dan niet te snel dat u die aan u voorbij moet laten gaan. Kijk in overleg met de woongroep en eventueel het LVGO en de woningcorporatie wat er mogelijk is.

Inschrijving als woningzoekende

Het verschilt per gemeente of u zich moet inschrijven als woningzoekende bij die gemeente. Het is verstandig om dat na te vragen bij de gemeente waar u graag wilt wonen. De gemeente speelt geen rol bij de toewijzing. Wilt u straks in een andere gemeente wonen dan nu, misschien zelfs in een ander deel van het land? Dat hoeft geen probleem te zijn. Iedere gemeente bepaalt zelf wat de mogelijkheden zijn. Het verschilt daardoor per gemeente welke rechten u heeft als woningzoekende en wanneer u toegang heeft tot een sociale huurwoning.

Toewijzingsbeleid

Woongemeenschappen bepalen zelf hoe ze woningen toewijzen. Er zijn woongemeenschappen die een plek toekennen op volgorde van de wachtlijst. Anderen kijken per keer wat het beste past binnen de woongroep. Soms is dat een echtpaar van een bepaalde leeftijd, maar er kan ook voorkeur worden gegeven aan een alleenstaande. Vooral echtparen en alleenstaande vrouwen kiezen voor een woongroep. Vaak wonen er maar weinig mannen in een woongroep. Gabriëlle Verbeek, voorzitter van de LVGO: “Alleenstaande vrouwen spreekt deze woonvorm meer aan. En daarnaast zie je ook dat mannen eerder overlijden. Van een echtpaar blijft dan vaak de vrouw over.”

Op de wachtlijst? Steek de handen uit de mouwen

Een woongemeenschap heeft actieve leden nodig. Ook van de mensen op de wachtlijst wordt bij de meeste woongemeenschappen inzet verwacht. Meedoen met de maandelijkse borrel, af en toe mee-eten, ledenvergaderingen bijwonen, meedoen aan de activiteiten of kleine klussen doen bijvoorbeeld.

Een woongroep is geen verpleeghuis

Als u veel zorg nodig heeft, is het lastig om nog in een woongemeenschap te komen wonen. Ook dat is naast leeftijd, een reden om niet te lang te wachten met aanmelden. In een woongroep leeft u samen, u bouwt samen iets op. U moet dus ook zelf iets kunnen bijdragen. Gabriëlle Verbeek woont zelf ook in een woongroep. Ze vertelt: “Bij ons krijgt een bewoner binnenkort een operatie en dan wordt bij de koffie besproken: wanneer kom je terug? Moeten we boodschappen doen? Dat lossen we samen wel op. Maar als iemand echt dagelijkse zorg nodig heeft, verwachten we dat hij of zij dat regelt met de thuiszorg.” Verbeek ziet wel dat mensen in een woongroep heel lang zelfredzaam blijven dankzij de hulp die ze nu en dan van hun medebewoners krijgen en omdat ze niet snel eenzaamheid worden.  

Past het bij mij?

Wonen in een woongroep kost tijd, energie, geld en kan veel verschillende emoties oproepen. En als de woongroep toch niet bevalt, kan de teleurstelling groot zijn. Op de website van de LVGO staat een test die u kan helpen om uit te vinden of deze woonvorm bij u past.